|
Ik loop achter Linda en Thea aan. Aan één van de lange tafels gaan we zitten, vlak bij de bar achterin de zaal. Linda legt de oliebollen op tafel, samen met een pak spritsen en een zakje kerstkransjes. “Hee Ien, schat, wil je een koek?” roept ze naar de andere kant van de tafel, terwijl ze de spritsen omhoog houdt. “Nee? Misschien wil de rest wel, wacht effe ik kom eraan.”
Tupperware Thea gaat in de rij staan om plankjes en bingovellen te kopen. De plankjesronde is inmiddels al begonnen. Rechts naast ons zitten twee andere dames uit de bus, een oudere vrouw en een iets jongere. Haar wenkbrauwen zijn met potlood in een boogje boven haar ogen getekend en om haar hals hangt een gouden ketting met de naam ‘Rita’. Ze hebben allebei een plankje voor zich, een soort bord met vakjes waar de bingogetallen in staan. De vakjes kunnen geopend worden door het schuifje omhoog te halen. Onder hun plankjes hebben ze een stukje badmat gelegd, tegen het wegglijden. Achtereenvolgens worden de nummers 41, 71 en 81 omgeroepen door Mario, de man die vanavond de trekking verzorgt. “Ze doen alle eentjes”, prevelt de oudere dame. “Ja, maar de verkeerde bij mij”, antwoordt Rita, die ongedurig op haar vakjes tikt.
Linda en Thea komen weer aan tafel zitten. Linda laat me haar bingovellen zien. “Kijk we beginnen altijd met deze, de plankjes. Ze zijn al begonnen maar dat geeft niet. Daarna doen we de knippertjes, die heten zo omdat er een knipje in zit, zie je? Dan komen de vluggertjes, dan de voorrondes en als laatste de boekjes.” Thea bladert door haar bingovellen. “Ik heb set elf en twaalf”, roept ze opgetogen. “Vorige maand hebben ze twee keer geroepen op set elf en twaalf”, legt Linda uit. “1800 euro was dat.” De oudere dame naast ons kijkt me even aan. “Is die van jou, Linda?” grapt ze. “Haha, nee hoor. Ze is student, ze moet een stukje schrijven over de bingo.” “Nou, schrijf dan maar op dat ze hier eens wat aan de muren moeten doen. Dat ken toch zo niet.” De oudere dame wijst op de vuile, lichtgroene muren, waar de verf bijna van af is. Aan de zijwanden hangen ook een paar vergeelde schilderijen en halfvergane kerstslingers. Rita knikt instemmend en schuift ons een Tupperware-bakje met blokjes kaas toe. “Hier, neem maar. Ik heb ook nog borrelworstjes.” Als de plankjesronde voorbij is, halen de dames hun knippertjes tevoorschijn. Mario roept het eerste nummer om: “Tachtig.” “Da’s prachtig”, mompelt Thea, terwijl ze het cijfer markeert met een dikke felroze stift. “Vier.” “Douw maar in je kier.” “Tien.” “Tieten zien”, bromt Thea. “Zeventien en acht zijn er al uit”, mompelt Linda. “Da’s mooi, dat zijn die meid van me en Kenneth. Nou alleen Denzel nog.” “Twee.” “Hatsjee”, zeggen Linda en Thea tegelijk. Rita zucht. “Elf moet komen.” Thea werpt een korte blik op haar bingovel. “Ja hè, die stinkelf.” Een paar series verder heeft Linda bijna bingo. “Ik zit op 51”, fluistert ze opgewonden. “Oh me hart, daar krijg je toch de zenuwen van.” Na een paar getallen roept Mario 51 om: “Bingo!” krijst Linda. Ze wint 450 euro. “Leuk Lin, lekker voor de kerst”, roept Coba vanaf een andere tafel. De oudere dame naast ons knikt. “Nou. Ik had ‘m zelf ook bijna, ik zat te wachten op negentien.”
|