|
Vluchten naar vrijheid?
Vernedering, ontheemding, pijn en angst. Met deze donkere kleuren is het leven van Goli Abdurahman en dat van vele Koerden getekend. Geboren in landen waar ze niet welkom zijn, gemarteld en opgejaagd door medeburgers die hen zien als een gevaar voor de natie. Waarom? Omdat het Koerden zijn. Wij wisten niet veel van deze geschiedenis toen we ingingen op de uitnodiging van Goli en Jalil om te komen eten en te praten over hun leven en hun land. Het werd een bijzondere avond. 
De situatie in Koerdistan is niet eenvoudig uit te leggen: het is het beste te beschrijven als een geografisch gebied in het noordoosten van het Midden Oosten. De precieze grenzen zijn niet duidelijk en het gebied ligt verspreid over vijf verschillende landen. Er zijn ruim 40 miljoen Koerden, waarvan de meeste in Koerdistan zelf wonen. Schattingen over de omvang van het gebied lopen uiteen. Al eeuwenlang wordt er strijd gevoerd over het bestaansrecht van de Koerden en hun claim op het grondgebied. Bloedige strijd en oorlog waren jarenlang aan de orde van de dag. Vele Koerden zijn in die jaren naar Europa gekomen, vluchtend voor hun leven, verlangend naar vrijheid. |
Het is 25 april 1974 als de zevenjarige Goli Abdurahman met haar familie de Iraakse bergen over vlucht naar buurland Iran. De dag ervoor hebben bombardementen van de Iraakse luchtmacht in Qaladeze tientallen mensen van het leven beroofd en zijn meer dan 200 gewonden gevallen. Goli woont zeven kilometer verderop in Sangaser en het gezin besluit te vluchten uit angst dat de regering ook de omgeving van de stad onder vuur zal nemen. In Iran zal Goli verder opgroeien, naar school gaan en politiek actief worden. Als ze 21 is trekt ze opnieuw de bergen over, terug naar Qaladeze, waar ze trouwt met Jalil. Ook hier zal ze echter niet blijven: nog geen vijf jaar later vluchten ze samen naar Moskou om uiteindelijk asiel te vinden in Nederland. Een warm onthaal Het is warm, zeg maar gerust heet, als we aankomen bij de benedenwoning in Amsterdam Zuid. Als de deur opengaat worden we enthousiast en warm begroet door een lachende Goli. Binnen wacht Jalil waar de televisie aanstaat op een Koerdische zender. Goli ziet dat we allebei moe en hongerig zijn van onze lange dag werken en samen met Jalil begint ze meteen met het dekken van de tafel. Helpen mogen we niet, uitrusten op de bank wel. De tafel raakt steeds voller, het ene kleurige gerecht na het andere wordt binnengedragen en alles ruikt heerlijk. Nan (plat brood), kuba (rijstdeeg gevuld met gehakt, rozijnen en amandelen), kippenpoten met courgette en tomatensaus, sawar (Koerdisch voor couscous) met tuinbonen en dolma (rijst gewikkeld in wijnbladeren). Jalil schenkt wijn in en Goli reikt ons de opscheplepels aan. “Pak waar je zin in hebt, je hoeft niet te vragen, gewoon pakken, zo doen we dat”.  Foto: dolma en kuba
|