Home Standplaats [Standplaats Kabul] Antropologisch onderzoek?
[Standplaats Kabul] Antropologisch onderzoek? Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Marieke Denissen   

In deel vijf: in hoeverre kan zij haar antropologische ambities kwijt als onderzoeker in Afghanistan?

marieke op de berg

 

 

 

November 2008

 

"Bedankt voor alles, maar nu willen we graag nog een muur om ons dorp tegen overstromingen te beschermen"

 

Een verlanglijstje zoals met Sinterklaas, dat wordt mijn collega en mij gepresenteerd als we op een dag in een dorp in een aan Kabul grenzende provincie ‘het veld’ ingaan. We komen op afspraak en zo’n twintig dorpsgenoten staan ons al op te wachten. We nemen plaats in de ontmoetingsruimte en ik haal mijn interviewvragen en schrijfblokje te voorschijn. We zijn hier immers om meer te weten te komen over hoe effectief ontwikkelingsgeld in dit dorp besteed wordt. Voordat we de kans hebben om een vraag te stellen steekt één van de dorpsoudste veertig minuten lang van wal en begint rooskleurige verhalen te vertellen over de wederopbouw van zijn dorp en de goedheid van de internationale gemeenschap. “We hebben nu een naaiatelier, een basisschool en een geasfalteerde weg naar het volgende dorp”, zo zegt hij. Vervolgens haalt hij zijn verlanglijstje tevoorschijn. “We zijn de internationale gemeenschap heel erg dankbaar maar nu willen we graag nog een muur om ons dorp tegen overstromingen te beschermen”. Of we dat aan onze regeringen in het Westen kunnen doorgeven.



Sinds de val van de Taliban hebben voornamelijk de traditionele westerse donoren, maar ook niet-traditionele zoals China en India, biljoenen dollars voor de wederopbouw en ontwikkeling van Afghanistan uitgetrokken. Met deze gelden op zak heeft de Afghaanse regering aan dorpsbewoners gevraagd na te denken over hun behoeften om vervolgens zelf te komen met een wederopbouw- en ontwikkelingsplan. In termen van burgerparticipatie is deze benadering tot op zekere hoogte succesvol te noemen; dorpelingen worden actief betrokken bij de ontwikkeling van hun eigen gemeenschappen, iets wat ons als onderzoekers natuurlijk een uitgelezen kans biedt om de
effectiviteit van internationale hulp op lokaal niveau te onderzoeken.

Maar zo eenvoudig ligt het niet. De westerse onderzoeker wordt in Afghaanse gemeenschappen meestal onthaald als een donor met een grote pot geld: “dank u wel voor uw giften maar we zouden ook nog graag… een nieuwe waterpomp hebben”. Dit heeft aanzienlijke invloed op de onderzoeksdata. Dorpelingen vertellen vooral succesverhalen over de wederopbouw van hun dorp om donoren tevreden te stellen. Helaas maar waar, voor de onderzoeker die op zoek is naar ‘echte’ verhalen. Het doel, het nut en de meerwaarde van onderzoek wordt in Afghaanse gemeenschappen ook vaak niet begrepen: met ontwikkelingsgeld worden bruggen gebouwd, wegen aangelegd en kinderen en vrouwen onderwezen. Met antropologisch onderzoek naar hoe effectief dit geld besteed wordt niet. Daarnaast is in het Dari, zoals in wel meer talen het geval is, geen equivalent voor wat wij verstaan onder antropologisch onderzoek. Een letterlijke vertaling leidt vooral tot verwarring; het kan worden begrepen als onderzoek dat de politie doet of als spionage. Afghaanse collega’s proberen dan ook elk spoor van hun betrokkenheid bij een onderzoeksorganisatie uit te wissen wanneer ze bijvoorbeeld hun familie in door Taliban gecontroleerd gebied opzoeken; de Taliban houdt immers niet van politie of spionage. Ook onveiligheid vormt, met uitzondering van Kabul en een aantal noordelijke provincies, een toenemend obstakel voor het doen van veldonderzoek. Een bijkomende probleem daarvan is dat een deel van het onderzoeksmateriaal niet over land terug naar Kabul kan reizen omdat het, in geval van een eventuele ongewenste ontmoeting, zowel voor de onderzoeksstaf als voor de gemeenschappen te compromitterend is. Veldonderzoek wordt dus ook steeds duurder: steeds vaker moeten onderzoeksstaf- en materiaal per vliegtuig reizen.
Het is dan ook zoeken naar alternatieve en innovatieve wegen om in een land als Afghanistan onderzoeksdata te verzamelen. Rapor opbouwen en diepte-interviews houden wordt voornamelijk gedaan door Afghaanse onderzoeksstaf. De westerse onderzoekers blijven in het voor de gelegenheid gehuurde guesthouse in het dorp, wachtend op de Afghaanse staf om samen in de avonduren de interview-aantekeningen uit te schrijven. ‘Traditioneel’ antropologisch veldwerk is daarom, op dit moment, niet mogelijk, althans niet voor westerse onderzoekers. En tijdens de spaarzame momenten dat ik wel ‘het veld’ in ga, blijf ik vriendelijk herhalen dat ik – als onafhankelijke onderzoeker – geen wenslijstjes bij mijn regering kan indienen.

 

berg kabul

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kabul, een stad die bijna opgaat in het ruige landschap. Van deze afstand vrijwel alleen te onderscheiden door de witte muren van de, zo lijkt het, uitgestrooide woningen die afsteken tegen de droge berghelling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

Statistics

Artikelen bekeken hits : 343656

Who's Online

We hebben 4 gasten online