Home Streekpost [Veldparels] Geluiden uit Zuid-Ossetie
[Veldparels] Geluiden uit Zuid-Ossetie Afdrukken E-mailadres

 

 

“Besef je eigenlijk wel dat je naar een conflictgebied gaat?” bromt de Georgische soldaat bij de grenspost van de grens bij Zuid-Ossetië in gebrekkig Engels. Meer overtuigd dan ik het voel, knik ik met mijn hoofd. “Dan moet je het zelf weten,” zegt de soldaat en eindelijk mogen we door. Onze volgende stop is de Ossetische grenspost. We leggen de paar honderd meter tussen beide posten te voet af. Onze Georgische chauffeur en zijn auto zijn hier namelijk niet meer gewenst.


Het is begin februari dit jaar. Samen met een collega ben ik op weg naar het huis van Vadim in Tskhinvali, de hoofdstad van Zuid-Ossetië. De Ossetische Vadim wil samen met het adviesbureau waar ik werk een project opzetten, gericht op het verbeteren van de leefsituatie in Zuid-Ossetië en het stimuleren van de dialoog tussen de Georgiërs en Osseten die het kleine gebied in het noorden van Georgië bevolken. Eenmaal aangekomen bij Vadim bespreken we in zijn woonkamer onze plannen met de vertegenwoordigers van lokale niet-gouvernementele organisaties (NGOs). In hun inspirerende gezelschap en onder het genot van zelfgebrouwen bier en zelfgebakken khachapuri, waan ik mij allerminst in een conflictgebied.

Enkele maanden later, op 8 augustus slaat de realiteit echter hard in. ‘Georgia attacks rebel capital’ kopt de BBC die ochtend weinig genuanceerd. De zware gevechten tussen Georgië, Zuid-Ossetië en uiteindelijk ook Rusland bombarderen het kleine Zuid-Ossetië letterlijk en figuurlijk tot wereldnieuws.

Een aantal dagen later komen de eerste persoonlijke berichten bij ons in Nederland binnen. “Met mij gaat het goed maar mijn huis is onder vuur genomen,” schrijft één van onze contacten. En Vadim stuurt: “Ik kon Tskhinvali pas de ochtend na de bombardementen bereiken. Onderweg waren heftige gevechten gaande en veel gewonden.” Later vertelt Vadim mij aan de telefoon dat hij in het Russische Noord-Ossetië was toen de gevechten in Tskhinvali begonnen. Omdat hij arts is, wilde hij zo snel mogelijk naar Tskhinvali reizen om in het ziekenhuis te helpen met het verzorgen van de gewonden. Bovendien wilde Vadim weten hoe het met zijn ouders ging die in het centrum van de zwaar getroffen stad wonen.

Vadim vertelt dat het niet makkelijk bleek om Tskhinvali te bereiken aangezien er op dat moment nog steeds heftige gevechten in het hele gebied plaatsvonden. Na een aantal vergeefse pogingen en een lift van onder meer een russische tank lukte het Vadim uiteindelijk om in de hoofdstad aan te komen. Eenmaal in Tskhinvali bleek het ziekenhuis midden in de vuurlinie te liggen. Tot frustratie van Vadim was het ziekenhuis daarom moeilijk te bereiken voor zowel artsen en verpleegkundigen als patiënten. “Het is een humanitaire catastrophe dat er nooit in mobiele medische apparatuur is geïnvesteerd,” stelt Vadim opgewonden. Evacuatie van het ziekenhuis was daarom onmogelijk. Zo goed en kwaad als het ging, hielp Vadim met de verzorging van de constante stroom gewonden. Zijn ouders trof hij aan in een schuilkelder, zonder electriciteit maar wel met enig voedsel en drinken. De bejaarden hebben er drie dagen gezeten.

Ondertussen is de situatie in Tskhinvali en de overige dorpen in Zuid-Ossetië volgens onder meer Vadim enigszins gestabiliseerd. De eerste bussen met Ossetische vluchtelingen zijn inmiddels naar hun veelal beschadigde huizen teruggekeerd. Want de gevechten zijn voorbij, voor nu.

Om privacy redenen zijn de namen van de personen in de tekst gefingeerd.


Roos de Wildt (1983) heeft in september 2007 de master ‘Multiculturalisme in vergelijkend perspectief’ afgerond aan de Universiteit Utrecht. Sindsdien is zij werkzaam bij een milieuadviesbureau in Utrecht. Als projectmedewerker houdt ze zich vooral bezig met publieke participatie in binnen- en buitenland. Op dit moment werkt ze onder andere mee aan projecten in Kosovo en Zuid-Ossetië.

 

 

 
 

Statistics

Artikelen bekeken hits : 343354

Who's Online

We hebben 2 gasten online