|
Ik heb een rotsvast geloof in de grenzen van de westerse geneeskunst. Ik geloof ook dat exotische geneeswijzen – vaak voorbij de logica – healing en verlichting kunnen brengen waar onze medici machteloos staan. Godzijdank zijn mijn geliefden en ik kerngezond. Maar ik verzeker u, als ooit de nood aan de man is, zal ik er niet aan twijfelen de wereld der alternatieve therapieën te verkennen.
Dit betekent echter niet dat ik me, mocht het zo ver komen, door het eerste het beste kruidenvrouwtje een toverbrouwsel aan zal laten praten. Of dat ik meen dat de niet-reguliere gezondheidszorg verstoken is van kwakzalverij en geldklopperij. Sterker nog, als je het mij vraagt zijn een heleboel onconventionele kuren overduidelijk fantastische bullshit waar ellendigen, door nood verblind, met open ogen intuinen. Laat ik u een voorbeeld geven.
Afgelopen januari had ik het geluk voor een conferentie in India te zijn. Met in mijn achterhoofd dit themanummer ben ik, na afloop van dit treffen, afgereisd naar de woonplaats van één der grootste alternatieve genezers van deze tijd: Sathya Sai Baba. Deze wonderdokter claimt God te zijn en heeft daarvan miljoenen mensen over de hele wereld weten te overtuigen. Middels ‘mirakelen’ heeft de beste Man hordes dolende zielen doen geloven dat Hij, Sathya Sai, de incarnatie van de Here God is en dat een geloof in Hem lichaam en ziel voor nu en voor altijd zal bevrijden van alle ongemak. Die Man moest ik natuurlijk zien. Om zo dicht mogelijk bij Baba en Baba’s wonderwerken te komen heb ik me laten inschrijven als volgeling in Zijn commune.
Vermomd als bewonderaar en gestoken in de voorgeschreven witte pyjama heb ik me daar geïnstalleerd in één van de vele slaapzalen. Omgeven door tientallen geloofsgenoten heb ik vervolgens de ontmoeting met God afgewacht. Gedurende twee lange dagen was ik getuige van de Baba-industrie, verbaasde ik me over het commune regime, ervoer ik het maffe gedrag van medebewoners en probeerde ik krampachtig mijn open geest niet te laten dicht klonteren door deze (en vele andere) indicaties van idioterie en lariekoekerij. De onheilige atmosfeer en absurditeit van zijn gevolg hoefden tenslotte niets te zeggen over Sai en Sai’s geneeskunde. Het zou niet eerlijk zijn de Man zijn geloofwaardigheid af te meten aan iets anders dan Zijn verschijning. Ik moest Hem zelf zien en toog daarom op de ochtend van mijn laatste dag aldaar naar Zijn immense tempel. Samen met zo’n tienduizend anderen zat ik er gladgeschoren en geparfumeerd – je ziet God tenslotte niet iedere dag – te wachten op Zijn entree. Tweeënhalf uur te laat gingen de poorten open. Geroezemoes, mensen kwamen overeind en duwden. “Hij komt, Baba komt!” En god ja, ik zag Hem. In de verte, een glanzende Toyota met God voorin. “Wat zou Baba gaan doen, waar zal Hij uitstappen?” Ik zag de wagen een bescheiden rondje maken en weer richting de poorten verdwijnen. “Huh?” Vragend keek ik mijn buurman aan. “Oh,” zei de man, “Baba stapt vandaag niet uit, Hij voelt zich niet lekker, is aan Zijn voet geopereerd, geneest niet goed.” Verbouwereerd keek ik de Toyota na. “Niet lekker, geneest niet goed? Maar Baba… mirakels.” |