|
[Interview] Dansen tot je er bij neervalt |
|
|
|
Geschreven door Hilda van de Rijke
|
|
Anna Aalten over de antropologie van het lichaamToen Olga de Haas op haar zestiende haar opwachting maakte bij het Nationaal Ballet waren haar bovenbenen iets te zwaar. Omdat haar carrière voor een belangrijk deel van haar lichaam en dus ook de omvang van haar bovenbenen afhing, ging ze over tot hongerdiëten. Ze had een glanzende carrière met optredens in Moskou en Parijs. Maar de combinatie van te weinig eten en het uitgaansleven waarin ze zich had gestort, werden haar uiteindelijk in 1978, op 33-jarige leeftijd, fataal.
Gedreven door haar persoonlijke fascinatie met een bijzondere beroepscultuur verdiepte Anna Aalten zich in het ontstaan van de ballerina. Aalten is antropoloog en bracht op 8 maart 2002 het boek De bovenbenen van Olga de Haas uit. Dat voor de internationale vrouwendag is gekozen om dit boek uit te brengen, lijkt geen toeval; Aalten is namelijk ook al jarenlang betrokken bij feministische activiteiten binnen de universiteit en de wetenschap. Dit intrigeerde me; hoe combineert Aalten haar persoonlijk fascinatie voor ballet met deze feministische activiteiten? Helaas kon ik haar deze vraag niet in levende lijve stellen, maar gelukkig was ze bereid me telefonisch te woord te staan. Ik bleek niet bijzonder origineel. Toen haar boek net uitkwam is haar deze vraag veelvuldig gesteld in interviews en radioprogramma’s. ‘Het antwoord is helaas nogal prozaïsch’, zegt ze. Zij blijkt namelijk niet zozeer gefascineerd te zijn door ballet als wel door het lichaam. Two spirited peopleHaar interesse voor het lichaam als onderwerp van studie ontstond tijdens haar promotie onderzoek onder vrouwelijke ondernemers in Nederland, dat ze in 1991 publiceerde onder de titel Zakenvrouwen. Over de grenzen van vrouwelijkheid in Nederland sinds 1945. Als voorbereiding op deze studie naar vrouwen in een mannenberoep las ze over de two spirited people bij sommige native americans. Met name in samenlevingen die een sterke scheiding tussen mannen- en vrouwentaken kennen, komt het voor dat sommige mensen een rol aannemen die niet bij hun geslacht hoort. Aalten zag een link tussen de vrouwelijke two spirited people die mannenwerk doen en de vrouwelijke ondernemers uit haar onderzoek. ‘Ik heb die interculturele vergelijking als uitgangspunt genomen van mijn proefschrift. Eén van mijn vragen was, waarom je als vrouw in Nederland, als je een mannenberoep uitoefent, voortdurend je best moet doen om zo vrouwelijk mogelijk te blijven, terwijl in de cultuur van de native americans de two spirited people geen man of vrouw zijn, maar een eigen, specifieke positie innamen. Vanuit deze kennismaking met het verschijnsel van een derde sekse of gender ontstond bij mij de belangstelling voor de antropologie van het lichaam.’ Voetballen in rokjesNa haar promotieonderzoek besloot ze een – wat Aalten noemt – lichaamspraktijk te onderzoeken; een sociale praktijk waarbij het lichaam een centrale rol speelt. ‘In eerste instantie overwoog ik om vrouwelijke bodybuilders te onderzoeken, omdat zij bij uitstek vrouwen zijn die een mannelijk lichaam als voorbeeld nemen. Inmiddels zijn er ook onderzoeken naar gedaan die heel interessante inzichten opleveren. Bijvoorbeeld hoe vrouwelijke sporters altijd weer op hun vrouwelijkheid worden aangesproken. Ze moet goud halen, èn er wel een beetje aantrekkelijk uitzien.’ |